Op deze dag eerst een aantal waarnemingen van een Hollander in Italië.
In Italië is het midden- en kleinbedrijf de spil van de economie. Zelfs op het San Marcoplein zijn er geen ketens. Honderden winkeltjes met één of twee man personeel. De ketens zijn wel, want de Chinezen en de Russen moeten wel een Prada of Vuitontas kunnen kopen.
Organiseren en plannen zijn niet de sterkste punten van de Italiaan. Als je een espresso wil drinken mag je twee keer in de rij. Eerst om een scrontino (bonnetje) en daarna naar de barrista die de koffie zet.
Een evenement organiseren met een paar kassa's is een groot probleem hier. Wachtrijen van hier tot aan zee, want de korte rij is alleen voor vooraf bestelde kaarten. Nee hoor, gewoon in gaan staan en dan is de wachttijd 15 minuten in plaats van 1,5 uur.
De Chinees begint stukjes economie over te nemen. Met name in buitenwijken en kleine dorpjes hebben ze barretjes overgenomen, soms nauwelijks italiaans sprekend.
Gisteren gegeten bij twee jonge mannen in een restaurantje van 20 m². Heerlijk. Simpel, maar vooral een tomaat smaakt naar tomaat en komkommer naar komkommer.
Verder is Venetië betoverend als je maar uit het echte centrum wegblijft.
Wat hebben we gedaan. Na een nacht in een prima hotel in Mestre met de bus naar Venetië. Helaas had een coureur zijn auto op het dak gelegd, dus we hadden wat file. Daarna naar de Rialto Mercato. De markt dus. Vooral de vis en groenten zijn altijd weer indrukwekkend.
Daarna naar de Biennale. We hebben vandaag het park Giardini bezocht. Moderne kunst gerangschikt in landenpaviljoens, waar Nederland al 60 jaar een Rietveld paviljoen heeft. Wat hebben we gezien : hopen steen en zand, beelden in alle soorten, veel videokunst, luidende klokken, foto's van Bowie, veel schilderijen en tekeningen, kunst van Steiner en Jung, ga maar door.
Erg veel, maar in een aangenaam park met veel schaduw.
Nu een biertje met uitzicht op de lagune.
Op de foto het Olanda paviljoen van Rietveld.